In het kort
- Soort: Bronlibellen | Cordulegastridae
- Namen: (NL) Zuidelijke bronlibel | (LA) Cordulegaster bidentata | (EN) Sombre Goldenring | (DE) Gestreifte Quelljungfer
- Vliegtijd: Eind mei tot half augustus, met de piek in juni en juli.
- Habitat: Zeer kleine, ondiepe en sterk beschaduwde bronbeekjes en kwelzones in bossen (vaak in heuvel- of bergachtig gebied). Ze komen vaak nog dichter bij de bron voor dan de Gewone bronlibel.
- Status: Verdwenen uit Nederland (Rode Lijst). Komt wel voor in naburige heuvelgebieden in Duitsland en België, waardoor zwervers altijd mogelijk zijn.
- Voorkomen: Vroeger kwam deze soort lokaal voor in de bossen van Zuid-Limburg. Tegenwoordig moet je voor deze soort de grens over, bijvoorbeeld naar de Eifel of de Ardennen.
Korte omschrijving:
Een grote, donkere libel die erg lijkt op de Gewone bronlibel. Het belangrijkste verschil is dat de Zuidelijke bronlibel donkerder oogt: op de middelste achterlijfssegmenten ontbreken de smalle gele ringetjes (ze hebben dus maar één gele ring per segment). Daarnaast is de achterhoofdsdriehoek (het stukje tussen de ogen) volledig zwart, terwijl deze bij de Gewone bronlibel geel is.
Fotografie van de Zuidelijke bronlibel
De Zuidelijke bronlibel | Cordulegaster bidentata is de 'heilige graal' voor veel libellenfotografen in de Benelux. Omdat ze in Nederland als verdwenen te boek staan, zul je voor deze soort meestal af moeten reizen naar de heuvelachtige bronbossen in Duitsland of België. Hun leefgebied is erg specifiek: piepkleine, modderige stroompjes in donkere bossen, soms niet meer dan een vochtige greppel met kwelwater.
De identificatie is cruciaal, want ze vliegen soms in hetzelfde gebied als de Gewone bronlibel. Let bij het fotograferen goed op de details! Probeer de zijkant of bovenkant van het achterlijf scherp in beeld te krijgen. Zie je maar één gele ring per segment? Dan heb je de Zuidelijke te pakken. Een macro-opname van de bovenkant van de kop is ook fantastisch bewijsmateriaal: het kleine driehoekje vlak achter de ogen (de achterhoofdsdriehoek) is bij deze soort pikzwart, en niet geel.
Het fotograferen van deze soort brengt een flinke technische uitdaging met zich mee. Omdat ze diep in beschaduwde bossen leven, heb je vaak te maken met erg weinig licht. Een flitser kan helpen, maar natuurlijk licht (eventueel met behulp van een reflectieschermpje of een statief voor langere sluitertijden als ze rusten) geeft vaak de mooiste, mysterieuze sfeer die past bij deze donkere bosbewoner. Vrouwtjes leggen hun eitjes vaak in zeer ondiep water of zelfs in de natte modder, waarbij ze net als de Gewone bronlibel verticaal op en neer 'prikken'.