In het kort
- Soort: Blauwtjes | Lycaenidae
- Namen: (NL) Veenbesblauwtje | (LA) Agriades (Plebejus) optilete | (EN) Cranberry Blue
- Vliegtijd: Eind juni tot begin augustus, met een duidelijke piek in de eerste helft van juli. De vlinders leven opvallend kort (gemiddeld maar een paar dagen).
- Habitat: Levend hoogveen, veenmosrietlanden en natte heide waar de waardplant, de kleine veenbes (Vaccinium oxycoccos), groeit.
- Status: Uiterst zeldzaam (NL), Rode Lijst (Ernstig bedreigd / Kritiek).
- Waardplant: Kleine veenbes | Vaccinium oxycoccos
- Voorkomen: In Nederland is de soort nagenoeg verdwenen en nog slechts bekend van enkele zeer kleine, afgeschermde populaties in de hoogveengebieden van Drenthe (zoals het Bargerveen en Fochteloërveen).
Korte omschrijving:
Een klein, delicaat blauwtje. Het mannetje is aan de bovenzijde donker, bijna violetachtig paarsblauw met brede donkere randen. Het vrouwtje is donkerbruin, vaak met een blauwe bestuiving bij de vleugelbasis. De onderkant is lichtgrijs. Hét absolute kenmerk zit aan de onderzijde van de achtervleugel: in de achterrandhoek bevindt zich meestal slechts één opvallende oranje vlek, die een prachtig metaalblauw, glinsterend hart heeft.
Fotografie van het Veenbesblauwtje
Het Veenbesblauwtje | Agriades optilete, soms ook Plebejus optilete genoemd, is misschien wel de grootste uitdaging voor vlinderfotografen in Nederland. Ze zijn niet alleen uiterst zeldzaam, maar hun leefgebied is ook nog eens levensgevaarlijk voor de vlinder om te betreden. Het levende hoogveen en de veenmospakketten zijn extreem kwetsbaar. Blijf daarom altijd op de paden en loop nooit het veen in! Gelukkig foerageren ze regelmatig langs de randen van het veen op planten als gewone dophei, waar je ze met een telelens prachtig kunt vastleggen.
Het fotograferen van de onderkant van de vleugels is een must voor een sluitende determinatie. Je wilt die ene, feloranje vlek met het kleine, glimmende metaalblauwe hartje achteraan de vleugel scherp in beeld krijgen. Dit is het onderscheidende kenmerk met andere blauwtjes zoals het Heideblauwtje (dat een hele rij oranje vlekjes heeft). Omdat de onderkant wat fletser grijs is, helpt een zachte belichting (diffuus licht door wolken of een reflectieschermpje) om de tekening mooi naar voren te laten komen zonder harde schaduwen.
De beste tijd voor fotografie is heel vroeg in de ochtend. Ze slapen vaak in de toppen van pijpenstrootje of op dophei. Zolang de zon ze nog niet heeft opgewarmd, zitten ze stil en bedekt met dauw. Omdat ze relatief donker en klein zijn, kun je door een macrolens en een laag standpunt te gebruiken de achtergrond prachtig laten vervagen (bokeh) in de warme tinten van de zomerse heide.