In het kort
- Soort: Blauwtjes | Lycaenidae
- Namen: (NL) Gentiaanblauwtje | (LA) Phengaris alcon (syn. Maculinea alcon) | (EN) Alcon Blue
- Vliegtijd: Eind juni tot eind augustus. De piek ligt meestal in de tweede helft van juli.
- Habitat: Vochtige heidevelden en blauwgraslanden. De aanwezigheid van de waardplant én specifieke mieren is cruciaal.
- Status: Kwetsbaar en zeldzaam (Rode Lijst). De soort heeft sterk te lijden onder verdroging en vermesting van heidegebieden.
- Waardplant: Klokjesgentiaan (Gentiana pneumonanthe). De vlinders zetten de eitjes uitsluitend af op de bloemknoppen.
- Voorkomen: Voornamelijk op de natte zandgronden van Drenthe, Twente, de Achterhoek en Noord-Brabant. Op de Veluwe zeer zeldzaam.
Korte omschrijving:
Een relatief groot blauwtje. Het mannetje is aan de bovenzijde dof paarsblauw zonder tekening. Het vrouwtje is donkerbruin met een blauwe waas bij de vleugelaanzet. Het belangrijkste kenmerk is de onderzijde: deze is egaal grijsbruin met twee rijen zwarte stippen, maar zónder de oranje vlekken die bijna alle andere blauwtjes wel hebben.
Fotografie van het Gentiaanblauwtje
Het Gentiaanblauwtje | Phengaris alcon heeft een van de meest fascinerende levenscycli in onze natuur. Het is een verhaal van afhankelijkheid en chemische oorlogsvoering. Alles begint bij de Klokjesgentiaan. Het vrouwtje zet haar witte eitjes af op de bloemknoppen. De jonge rups eet zich een weg naar binnen en leeft de eerste weken van het vruchtbeginsel van de plant.
Maar dan gebeurt het: na de derde vervelling laat de rups zich op de grond vallen. Hij scheidt een feromoon (geurstof) af dat exact lijkt op de geur van de larven van Knoopmieren | Myrmica soorten. De mieren die toevallig langs lopen, denken dat de rups een van hun eigen verloren larven is. Ze pakken hem op en slepen hem hun nest in.
Eenmaal in het mierennest leeft de rups als een 'koekoeksjong'. Hij wordt gevoed door de werksters (volledige verzorging) of hij doet zich tegoed aan het mierenbroed (predatie), afhankelijk van de exacte gastmier. Zonder deze mieren is het Gentiaanblauwtje ten dode opgeschreven. Hij overwintert in het nest en verpopt daar ook. Pas in de zomer kruipt de volwassen vlinder naar buiten.
De witte eitjes op de diepblauwe gentianen zijn een prachtig en makkelijk te vinden onderwerp voor macrofotografie. De vlinders zelf zijn vrij honkvast en vliegen rustig rondom de waardplanten. Omdat ze vaak in groepjes bij elkaar slapen in de heidevegetatie, is de vroege ochtend (met dauw) het beste moment. Wees wel uiterst voorzichtig: je vertrapt makkelijk de kwetsbare gentianen of de mierenhopen die essentieel zijn voor hun voortbestaan.