In het kort
- Soort: Echte salamanders | Salamandridae
- Namen: (NL) Alpenlandsalamander | (LA) Salamandra atra | (EN) Alpine Salamander
- Actief: Actief van mei tot september. In tegenstelling tot veel andere amfibieën zijn ze na regenbuien ook overdag actief (vandaar de Duitse bijnaam "Regenmännchen").
- Habitat: Vochtige alpenweiden, rotsachtige hellingen, naalbossen en kloven, meestal tussen de 800 en 3000 meter hoogte. Ze zijn volledig landlevend en hebben geen oppervlaktewater nodig voor de voortplanting.
- Status: Niet inheems (NL). Endemisch in de Alpen en de Dinarische Alpen. Lokaal vaak algemeen, maar kwetsbaar door hun beperkte verspreidingsgebied.
- Voorkomen: Het verspreidingsgebied beslaat de Alpenboog (Frankrijk, Zwitserland, Duitsland, Oostenrijk, Italië) en loopt door tot in de Balkan.
Korte omschrijving:
Een robuuste, middelgrote salamander (tot 15 cm) die vrijwel altijd volledig gitzwart en glanzend is. De huid is glad maar voorzien van duidelijke ribbels (costale groeven) en grote oorklieren (parotiden). Een uniek kenmerk is de voortplanting: het vrouwtje baart na een draagtijd van 2 tot 4 jaar (afhankelijk van de hoogte) één of twee volledig ontwikkelde jongen. Ze slaan het larvenstadium in het water dus volledig over.
Fotografie van de Alpenlandsalamander
De Alpenlandsalamander (Salamandra atra) is een leuke en bijzondere soort om te vinden tijdens bergwandelingen in de Alpen. Terwijl de meeste salamanders schuw zijn en 's nachts leven, kun je deze soort na een zomerse regenbui of tijdens mistig weer gewoon overdag over de wandelpaden zien kruipen.
Fotografisch gezien is dit een van de moeilijkste onderwerpen. Een gitzwart, glimmend dier is een nachtmerrie voor de lichtmeting van je camera. Als je niet oppast, probeert de camera het zwart grijs te maken (overbelichting) of worden de glimlichten op de natte huid uitgebeten witte vlekken.
Fotografeer bij voorkeur bij diffuus licht (bewolking of mist). Dit maakt het contrast zachter. Gebruik eventueel een polarisatiefilter om de ergste schitteringen van de natte huid weg te nemen, zodat de diepzwarte kleur beter uitkomt.
Omdat ze niet wegspringen, heb je alle tijd om te componeren. Probeer ze in hun natuurlijke omgeving van bemoste stenen of natte rotsen te fotograferen om wat kleurcontrast in de foto te brengen.