In het kort
LC- Soort: Boomkikkers | Hylidae
- Namen: (NL) Oostelijke Boomkikker | (LA) Hyla orientalis | (EN) Eastern Tree Frog | (FR) Rainette orientale
- Status: Hoewel boomkikkers in West-Europa vaak zeldzaam zijn, is deze oosterse soort in geschikte, warme en vochtige Turkse leefgebieden lokaal nog zeer talrijk.
- Actief: Actief van april tot oktober. In het voorjaar (april/mei) trekken ze massaal naar het water voor de voortplanting. Tijdens hete zomerdagen houden ze zich schuil in de schaduw van bladeren.
- Habitat: Dichte rietkragen, vochtige struikgewassen, weelderige tuinen en de unieke vloeibare amberboombossen (Liquidambar) vlakbij stilstaand of langzaam stromend water.
- Voorkomen: Zuidoost-Europa (de Balkan, Griekenland, Bulgarije), Oekraïne, en zeer algemeen in West- en Noord-Turkije (waaronder de waterrijke regio rondom Dalyan).
Korte omschrijving:
Een kleine, slanke kikker met een gladde, meestal grasgroene huid en handige hechtschijfjes aan de tenen. Een strakke, donkere streep loopt vanaf de snuit, door het oog, tot diep op de flank.
Actieve periode (EU)
Fotografie van de Oostelijke boomkikker
De Oostelijke Boomkikker | Hyla orientalis is een absolute droom om te fotograferen, maar je moet wel weten waar je moet zoeken. In de waterrijke omgeving van Dalyan, bekend om zijn enorme rietvelden langs de rivier en de omliggende zoetwatermeren, is dit kikkertje een vertrouwde bewoner. Lange tijd werd gedacht dat dit gewoon de Europese boomkikker was, maar biologen hebben hem op basis van zijn DNA en net iets andere zangstructuur officieel gekroond tot een eigen soort. 's Avonds laat transformeren de rietkragen in een oorverdovend openluchtconcert wanneer de mannetjes met hun enorme kwaakblaas om de gunst van de vrouwtjes strijden.
Overdag is het een heel ander verhaal. De Oostelijke boomkikker is een meester in camouflage. Met de speciale hechtschijfjes aan zijn tenen klimt hij moeiteloos metershoog in rietstengels, braamstruiken of de bladeren van amberbomen. Daar vouwt hij zijn pootjes strak onder zijn lichaam en knijpt hij zijn ogen dicht. Hij verandert dan in een glanzend groen 'blaadje' dat perfect opgaat in de omgeving om niet ontdekt te worden door reigers of slangen.
Voor macrofotografen is dit rustgedrag een zegen. Als een boomkikker eenmaal een comfortabel, warm plekje op een blad heeft gevonden, blijft hij vaak urenlang roerloos zitten. De kunst is vooral om hem überhaupt te spotten tussen het felle groen. De vroege ochtend is het beste moment: de kikkers zijn dan nog koel en sloom van de nacht en laten zich gemakkelijk benaderen. Gebruik een macro-objectief (rond de 90mm of 105mm) om de schitterende details van de goudkleurige ogen en de textuur van de huid vast te leggen. Let goed op je achtergrond; door een klein stapje naar links of rechts te doen, kun je storende rietstengels in de achtergrond vermijden en het kikkertje isoleren tegen een prachtig zachte, egale groene oase. Benader hem wel altijd met respect en raak de vegetatie niet te wild aan, want bij te veel trillingen laat hij zich pardoes naar beneden vallen en ben je je model kwijt.