MoriaantjeDiplacodes lefebvrii


Moriaantje
Mannetje Moriaantje | Diplacodes lefebvrii in obeliskhouding.

In het kort

LC
  • Soort: Korenbouten | Libellulidae
  • Namen: (NL) Moriaantje | (LA) Diplacodes lefebvrii | (EN) Black Percher | (DE) Glänzender Schwarzpfeil | (ES) Diplacodes lefebvrii
  • Status: Zeer lokaal en zeldzaam in Zuid-Europa. Een dwerg onder de korenbouten met een kenmerkend gitzwart uiterlijk.
  • Actief: Mei tot oktober, met een duidelijke piek in de warme zomermaanden juli en augustus.
  • Habitat: Ondiepe, warme en dichtbegroeide stilstaande wateren, moerassen, kustlagunes, rijstvelden en traag stromende irrigatiekanalen.
  • Voorkomen: Zuidwest-Europa (met name het Iberisch Schiereiland), Cyprus, de Griekse eilanden, heel Afrika en het Midden-Oosten.

Korte omschrijving:

Het Moriaantje (Diplacodes lefebvrii) is een van de kleinste Europese korenbouten. Volwassen mannetjes vallen op door hun volledig gitzwarte kleur en actieve vlieggedrag vlak boven de oever.


Actieve periode (EU)

J
F
M
A
M
J
J
A
S
O
N
D

Fotografie van het Moriaantje

De Moriaantje | Diplacodes lefebvrii is een ware dwerg onder de libellen, die zich verschuilt in de meest weelderige, zonovergoten moerasgebieden van Zuid-Europa. Langs de ondiepe, warme lagunes van het Spaanse Coto Doñana of de rietrijke kustmoerassen van Cyprus vind je deze unieke specialist. In tegenstelling tot grotere korenbouten die opvallend hoog patrouilleren, leeft deze soort heel dicht tegen de grond of vlak boven de waterspiegel. Ze vliegen met een snelle, nerveuze vlucht rakelings tussendoor de lage oevervegetatie en zijn door hun minimale formaat ontzettend gemakkelijk over het hoofd te zien.

Zijn Nederlandse naam is historisch gekozen en verwijst direct naar het meest extreme kenmerk van de volgroeide mannetjes: ze zijn nagenoeg volledig gitzwart. Waar jonge exemplaren en vrouwtjes nog een onopvallende zandgele kleur met zwarte strepen dragen, transformeren de mannetjes naarmate ze ouder worden in een diepe, matte, koolzwarte verschijning. Zelfs de snuit, de poten en de achtergrond van de ogen worden volledig donker. Met een achterlijf van amper 18 tot 22 millimeter is het een van de allerkleinste libelluliden binnen de Europese grenzen (in het Engels ook wel heel toepasselijk de 'Black Percher' genoemd). Ze hebben een fel territoriaal gedrag en claimen vaak kale stukjes modder, lage takjes of platgetrapt riet als vaste uitkijkpost.

Voor natuurfotografen is het Moriaantje een even fascinerend als uitdagend onderwerp. Omdat ze zo klein zijn en zo laag bij de grond leven, is een plat-op-de-buik standpunt (low-angle) cruciaal om op gelijke ooghoogte met de libel te komen. De grootste fotografische uitdaging schuilt echter in de belichting van het diepzwarte lichaam. Zeker in het felle, mediterrane zonlicht absorbeert het zwart al het licht, waardoor de delicate details op het borststuk snel dichtlopen, terwijl de omringende droge modder of lichte rietstengels direct overbelichten. Fotografeer deze soort daarom bij voorkeur tijdens het zachte licht van de vroege ochtend of late namiddag. Gebruik een subtiele plus-correctie op je belichting als de achtergrond erg licht is, en zorg voor een kaarsrechte, parallelle uitlijning van je sensor om de karakteristieke, diep donkerbruine ogen en het gitzwarte dwerglichaam vlijmscherp te isoleren tegen een zacht vervaagde oeverachtergrond.


Vrouwtje Moriaantje | Diplacodes lefebvrii
Vrouwtje Moriaantje | Diplacodes lefebvrii