In het kort
LC- Soort: Korenbouten | Libellulidae
- Namen: (NL) Windvaantje | (LA) Selysiothemis nigra | (EN) Black Pennant | (DE) Teufelchen | (FR) Sélysiothémis noir | (ES) Selysiothemis nigra
- Status: Zeldzame zwerver in Noordwest-Europa. Inmiddels incidenteel in Nederland en België vastgesteld.
- Actief: Eind mei tot september, met een duidelijke piek in juni en juli.
- Habitat: Ondiepe, warme en vaak tijdelijke plassen, lagunes, zoutpannen en kunstmatige reservoirs in droge, zandige of woestijnachtige gebieden.
- Voorkomen: Rondom de Middellandse Zee (Zuid-Europa, Noord-Afrika), het Midden-Oosten tot in Centraal-Azië. Schuift gestaag op richting Centraal-Europa.
Korte omschrijving:
Het Windvaantje (Selysiothemis nigra) is een kleine, unieke korenbout uit het warme zuiden. Hij valt op door zijn uitzonderlijk heldere vleugels en de gewoonte om als een windvaan op gortdroge stengels te balanceren.
Actieve periode (EU)
Fotografie van het Windvaantje
Het Windvaantje | Selysiothemis nigra is een fascinerende, nomadische verschijning die zich thuis voelt in de meest gortdroge en zonovergoten landschappen van Zuid-Europa. Langs de zandige, ziltige oevers van mediterrane zoutpannen en ondiepe, opwarmende lagunes – zoals op Cyprus of de droge kuststroken van Sicilië – vind je deze taaie overlevers. Het is een echte pionierssoort met een ongekende zwerfdrift. Gedreven door warme zuidenwinden steken ze vaker de Alpen over, waardoor deze Zuid-Europese exoot tegenwoordig als uiterst zeldzame zwerver ook op de Nederlandse en Belgische waarnemingslijsten pronkt.
Zijn Nederlandse naam is perfect gekozen en verraadt direct zijn typische gedrag in het veld. Het Windvaantje heeft namelijk de unieke gewoonte om op de alleruiterste topjes van kale, verdroogde plantenstengels te gaan zitten, waarbij hij zijn lichaam strak in de wind draait om koel te blijven, precies zoals een windvaan op een kerktoren. Anatomisch is de soort eveneens een buitenbeentje binnen de korenbouten; de vleugels zijn opvallend breed aan de basis, maar bevatten bizar weinig aders en zijn bijna glashelder. Jonge exemplaren en vrouwtjes zijn zandgeel met een strakke zwarte tekening, terwijl oude mannetjes transformeren tot gitzwarte, bijna mystieke libellen met contrasterende, bleke vleugeladers.
Voor fotografen biedt het Windvaantje een unieke uitdaging, vooral vanwege de extreme hitte en het felle licht waarin de soort actief is. Omdat ze zo graag op gortdroge rietsprieten of direct op de lichte, reflecterende zandgrond langs de waterlijn rusten, ligt overbelichting van de achtergrond en storende hittevibratie (heat shimmer) continu op de loer. De beste tactiek is om vroeg in de ochtend op pad te gaan, wanneer de libellen nog relatief rustig zijn en het licht zacht is. Kies voor een parallel standpunt om de ragfijne, open vleugelstructuur haarscherp te vangen en probeer de libel zo te positioneren dat de donkere, diepe kleuren van de oevervegetatie in de verre achtergrond vallen. Hierdoor knallen de glasheldere vleugels en de opvallend grote, grijs-bruine ogen met hun lichte onderrand prachtig uit je compositie.