In het kort
- Soort: Vuurvlinders | Lycaenidae
- Namen: (NL) Blauwe vuurvlinder | (LA) Lycaena helle | (EN) Violet Copper
- Vliegtijd: Begin mei tot eind juni (één generatie). Zeer lokaal en in warme jaren vliegt er soms een kleine, gedeeltelijke tweede generatie in augustus.
- Habitat: Vochtige tot natte, bloemrijke hooilanden, moerasjes en natte beekdalen. Een absolute voorwaarde voor dit leefgebied is de massale aanwezigheid van de waardplant.
- Status: Verdwenen uit Nederland (Rode Lijst). Voor deze soort reizen fotografen vaak af naar de Ardennen (België) of de Eifel (Duitsland).
- Waardplant: Adderwortel (Bistorta officinalis). De Blauwe vuurvlinder is voor de ei-afzet en als voedsel voor de rupsen volledig afhankelijk van deze specifieke plant.
- Voorkomen: In Nederland is de soort al decennia uitgestorven door het verdwijnen van onbemeste, natte bloemengraslanden. In onze buurlanden komt hij nog lokaal voor in geschikte beekdalen.
Korte omschrijving:
Een klein maar opvallend vuurvlindertje. De bovenzijde van de vleugels is oranje met donkere vlekken, maar het mannetje heeft een intense, iriserende paarsblauwe gloed over vrijwel de gehele vleugel. Vrouwtjes missen deze overdadige glans, maar hebben vaak wel een rij prachtige felblauwe vlekjes (manen) langs de achterrand. De onderzijde van de achtervleugel is geelbruin met zwarte, witomrande stippen en een oranje marginale band.
Fotografie van de Blauwe vuurvlinder
De Blauwe vuurvlinder | Lycaena helle is voor veel vlinderfotografen een droomsoort. Omdat hij uit Nederland is verdwenen, wordt hij vaak gefotografeerd tijdens vlindertrips in mei naar de beekdalen in de Belgische Ardennen of de Duitse Eifel. Het leefgebied is extreem specifiek: natte weiden vol met de roze bloemaren van de Adderwortel (Bistorta officinalis), wat tevens de enige waardplant is voor de rupsen. Let op: deze natte beekdalen zijn enorm kwetsbaar. Blijf op de randen en vertrap de vegetatie niet, want de eitjes en rupsen bevinden zich onder de bladeren van de Adderwortel!
Het fotograferen van dit vlindertje brengt een unieke uitdaging met zich mee: de paarsblauwe weerspiegeling (iridiscentie) van het mannetje. Deze glans zit niet als pigment in de schubben, maar ontstaat door lichtbreking. Dit betekent dat de blauwe kleur alleen zichtbaar is onder een specifieke hoek ten opzichte van de zon. Vaak zie je met het blote oog een oranje vlindertje vliegen, dat plotseling paars oplicht als hij draait. Speel als fotograaf met je standpunt en de invalshoek van het licht om deze fabelachtige kleur optimaal vast te leggen.
Vroeg uit de veren is bij deze soort een must. Ze slapen vaak met dichte vleugels laag in de vegetatie, soms zelfs direct onder een blad van de Adderwortel. Als de eerste zonnestralen de natte beekdalen raken en de dauw verdampt, kruipen ze langzaam omhoog en openen ze hun vleugels om op te warmen. Dit is het 'gouden uurtje' om de opengeklapte vleugels haarscherp te fotograferen tegen een achtergrond van zachte, onscherpe roze Adderwortelbloemen.